De vereniging
Artikelen
Aquarium beginnen
geschiedenis
stappen
techniek
problemen
Vissoorten
Planten
De vijver

Geschiedenis

Waarom een aquarium in de huiskamer?

Iets over de geschiedenis en aquarium houden in het algemeen:


Geschiedenis

De eerste glasaquaria werden in het bijzonder bij wetenschappelijk onderzoek gebruikt, en waren uit glas gegoten of geblazen.
Het waren rechthoekige of bolvormige vaten met doorzichtige wanden.

Het oude China kende reeds lang de van fijn porselein gemaakte drakenkogels, prachtig beschilderd porselein met drakenmotieven.

In de bolvormige ruimte hielden ze de toen al gekweekte goudvissen.

 

Deze vissen konden uiteraard slechts van boven worden geobserveerd, omdat het porselein zelfs bij doorvallend licht slechts een silhouet te zien gaf van de erin aanwezige vissen. De glazen bakken waren derhalve een grote vooruitgang. Het nadeel van de bolvormige viskommen was het merkwaardige lachspiegeleffect, en de grote vertekening. Ook de rechthoekige bakjes gaven plaatselijk vertekeningen.
Dit kwam doordat ze toen nog geen volkomen vlakke wanden konden maken, en er zaten luchtblaasjes in het glas. Pas bij de invoering van het frameaquarium of gestelaquarium, waarbij een aantal stukken spiegelruit in een metalen hoeklijnframe werd gekit, werd het gewenste resultaat verkregen.

Het aquarium speelde bij 18de-eeuwse geleerden een rol bij hun wetenschappelijk onderzoek. Zo kwam de ontdekking van het element zuurstof, en de rol die dit gas speelt bij de verbranding en de stofwisseling, mede tot stand door hun bestudering van het leven in aquaria. Voor de aquariumliefhebbers, die in deze tijd voor studie of anderszins dieren in potten en flessen hielden, begon het langzamerhand duidelijk te worden waarom het nodig was speciale voorzieningen te treffen om het water goed te houden. De zuurstof bleek een van de onontbeerlijke factoren te zijn.Zuurstof ontstaat door het assimilatie proces van planten en enkele soorten algen.

 Dit houdt in;planten zetten onder invloed van licht het koolzuurgas (uitademingsgas van dieren en in het donker ook die van planten) om in zuurstof.. Thans weet men dat een overmaat van koolzuur wellicht nog dodelijker voor waterdieren is dan een te geringe hoeveelheid zuurstof.

 

 In deze tijd werd ook ontdekt dat sommige vissen in staat waren in zuurstofarm water te leven, waarin vele andere vissen reeds lang gestorven zouden zijn. Dit komt omdat ze met behulp van hun darm, een labyrintorgaan of hun zwemblaas zuurstof aan ingeslikte lucht kunnen onttrekken.
Baanbrekend werk voor de moderne aquaristiek werd in Europa verricht door Adolf Rossmessler, die in 1856 zijn beroemd geworden boek” Der See im Glase” publiceerde. In de eerste tientallen jaren van het aquarium houden werden door enkelen vele problemen opgelost. Uit hun werk is een liefhebberij ontstaan die thans over de gehele wereld miljoenen bezighoudt. Een omvangrijk handelsapparaat zorgt ervoor dat uit alle streken planten en vissen worden ingevoerd. Het is merkwaardig dat in de prille jeugd van de aquariumliefhebberij nauwelijks vissen werden gehouden, maar speciaal lagere dieren uit sloot en plas als studieobjecten werden gebruikt.

 Tegenwoordig concentreert zich de belangstelling meer op tropische zoetwater- en zeevissen en lagere (= ongewervelde) zeedieren. De koudwatervissen zoals stekelbaars en goudvis worden nog maar zelden gehouden. Vrijwel alle binnen- en buitenlandse dierentuinen bezitten een apart gebouw waarin grote aquaria zijn ondergebracht. De inrichting en het onderhoud van deze wetenschappelijke aquaria vormen een bijzondere problematiek, die een diepgaande biologische kennis van de daarin gehouden dieren vereist. Dergelijke aquaria dienen voor het houden en de bestudering van weinig bekende soorten en om het publiek een overzicht te geven van de soortenrijkdom van vissen en andere waterdieren.

 Zeewaterquarium

Ook al hebben wij in onze vereniging geen mensen die zich met zeewater bezig houden, toch een stukje over onze vriendjes uit de zee. Zeewatervissen zijn moeilijker met succes in aquaria te houden dan zoetwatervissen, omdat zij veel gevoeliger zijn voor veranderingen in de chemische samenstelling van het water. In aquaria verandert het zeewater ten gevolge van de productie van afvalstoffen door de dieren, dit in tegenstelling tot het natuurlijke zeewater.
Door de dieren worden zowel organische als anorganische stoffen uitgescheiden. BacteriŽn verbranden deze stoffen tot eenvoudige anorganische eindproducten zoals nitraten, fosfaten en sulfaten. In zee dienen deze stoffen als voedingszouten voor wieren en planktonalgen en zijn in zeer geringe oplossing aanwezig. In het zeewateraquarium echter accumuleren deze stoffen, omdat doorgaans de wiergroei het grote aanbod niet kan verwerken.

  Het zeewater in het aquarium verandert ten opzichte van het natuurlijke zeewater op deze wijze van chemische samenstelling en wordt daardoor op den duur ongeschikt voor vissen en lagere dieren. Het dient daarom regelmatig ververst te worden. Zeewatervissen en lagere dieren zijn vooral erg gevoelig voor ammoniak en nitriet. Dit zijn stoffen die zij zelf uitscheiden, maar die ook gevormd worden als tussenproducten bij de bacteriŽle oxidatie van stikstofhoudende organische stoffen als eiwitten, peptiden en aminozuren (nitrificatie.)

 In zeewateraquaria moeten deze verbindingen in zo laag mogelijke concentraties gehouden worden. Dit kan bereikt worden door het gebruik van relatief grotere biologische filtersystemen dan die voor zoetwateraquaria nodig zijn. Ook kan het water behandeld worden met ozon, waarbij de stikstofhoudende organische verbindingen verbrand worden tot ammoniak, en nitrieten tot nitraat. Voor de oxidatietrap van ammoniak naar nitriet heeft men echter toch nog bacteriŽn nodig, daar ozon hiertoe niet in staat is.

 Het gebruik van ionenwisselaars en bepaalde absorptieve stoffen voor het zeewateraquarium is nog in studie. Met behulp van eiwitafschuimers wordt het kwaad bij de bron aangepakt. Met deze flotatietechniek kunnen organische verbindingen, zoals eiwitten, peptiden en aminozuren uit het water verwijderd worden. Nitraat in grotere concentraties is zeer schadelijk voor het welzijn van vissen en lagere dieren. Vooral steenkoralen (Madreporaria), lederkoralen (Alcyonaria) en waaierkoralen (Gorgonaria) kunnen hoeveelheden van 20 ppm NO niet of zeer slecht verdragen. Men houdt de nitraatconcentratie laag door middel van eiwitafschuiming, denitrificatie-filter (zuurstofloze filtertrap) en of periodieke waterverversing.

  Omdat zeewater zeer corrosief is ten opzichte van metalen, en metaalzouten en metaaloxiden zeer giftig zijn in kleine hoeveelheden, mag het water in een zeeaquarium nergens in contact komen met metalen. Men moet gebruik maken van glas en niet-giftige kunststoffen, of de te gebruiken metalen van een kunststoflaagje voorzien. Het water voor een zeeaquarium hoeft geen natuurlijk zeewater te zijn, maar kan worden gemaakt door in de handel verkrijgbare zoutmengsels op te lossen in leidingwater. Dit kunstmatige zeewater is gelijkwaardig aan natuurlijk zeewater en in vele gevallen zelfs te prefereren boven ons vervuilde kustwater.

  In zeeaquaria is een goede waterbeweging een vereiste, vooral om een goede en snelle uitwisseling mogelijk te maken van zuurstof en koolzuur tussen water en atmosfeer. Voor dit doel gebruikt men krachtige luchtpompen of circulatiepompen. Deze laatste worden ook gebruikt voor de toe- en afvoer van het water van de filtersystemen.
Buiten deze onmisbare attributen heeft u, als u zeevissen uit onze eigen kustwateren gaat houden, een koelsysteem nodig om de watertemperatuur in de zomer niet tot boven de 18 graden te laten oplopen.

 Om zoveel mogelijk wiergroei in het zeeaquarium te stimuleren wordt meer lichtenergie geÔnstalleerd boven het zeewateraquarium als boven een zoetwateraquarium. Voor erg grote aquaria maakt men gebruik van kwikmenglichtlampen en halogeen-metaaldamp-lampen.
Naast de algen, die spontaan in het aquarium tot ontwikkeling komen, probeert men ook fraaie wiersoorten uit de tropen in de aquaria te cultiveren. Vooral soorten van het geslacht Caulerpa worden hiervoor met succes gebruikt.
Als bodembedekking voor zeewateraquaria wordt grof zand gebruikt en wel het liefst koraalzand, omdat dit door gemakkelijk oplosbare calcium- en magnesiumverbindingen een gunstige invloed uitoefent op de zuurgraad van het zeewater. Het aquarium wordt meestal ingericht met stenen en levende stenen (poreuze kalksteen van riffen, waarvan de microflora en -fauna een gunstige invloed op de waterkwaliteit heeft) om het op een stukje koraalrif te laten lijken.

 Het houden van een zeeaquarium in de huiskamer is zeer goed mogelijk, maar het is beslist noodzakelijk eerst voldoende theoretische kennis te verwerven uit de beschikbare literatuur voordat men begint. In Nederland zijn de vele aquariumhouders via enkele honderden verenigingen aangesloten bij de overkoepelende federatie NBAT (Nederlandse Bond Aqua Terra.) De houders van zeewateraquaria zijn verenigd in de Nederlandse Belgische Bond van Zeeaquariumliefhebbers.

  Huiskameraquarium

  De huiskameraquaria kunnen op iedere willekeurige plaats in huis worden opgesteld. Voor de verlichting gebruikt men een lichtkap boven de bak (het aquarium), waarin de benodigde lichthoeveelheid verdeeld is over een aantal lichtpunten (buislampen), die naar behoefte worden ontstoken. Invallend daglicht is dan overbodig. Een verlichtingsduur van ten minste twaalf uur is voor planten en dieren noodzakelijk. De afmetingen van het aquarium kunnen geheel aan de omstandigheden worden aangepast.

 Het aquarium kan lang en laag of hoog en breed zijn, maar ook hoog en smal, als het gaat om een in een muur in te bouwen bak. Tegenwoordig worden vooral volglasaquaria gemaakt: deze bestaan uit met siliconenkit aan elkaar gelijmde glasplaten. Een belangrijke factor is de ruitdikte. Het aquarium moet worden geplaatst op een tafel die voldoende sterk is om het gewicht te dragen (elke liter water weegt 1 kg.) Tussen het tafelblad en aquariumbodem legt men een laag veerkrachtig materiaal om oneffenheden op te vangen.

 

 

 

 

De verwarming van het  aquarium geschiedt met behulp van elektrische dompelelementen, die met tussenschakeling van een thermostaat op een bepaalde temperatuur kunnen worden ingesteld. De capaciteit van dit dompelelement wordt berekend op basis van 75 tot 100 watt per 100 liter water. De veiligheidsmarge is dan zo groot dat bij het geheel uitvallen van de kamerverwarming de bak toch op een redelijke temperatuur gehouden kan worden.
Met behulp van een tweetal thermometers wordt de watertemperatuur gecontroleerd. De ene thermometer wordt in de uiterste bovenhoek achter in de bak opgehangen (met behulp van een tegen de zijruit gedrukt rubberzuigertje), de andere zover mogelijk hier vandaan in de uiterste benedenhoek voor in de bak.
Afhankelijk van de hoogte mag tussen deze twee thermometers een temperatuurverschil genoteerd worden van ongeveer 2 graden. De gewenste temperatuur is voor het gemiddelde tropische aquarium ca. 25 graden.

  Filtering van het water

  De filterapparatuur dient om de natuurlijke zuivering van het aquariumwater, die voornamelijk in de bodemgrond tot stand komt, te ondersteunen. Een van de belangrijkste reinigingsprocessen in de filterapparatuur is de bacteriŽle. Als men de verschillende lagen in het filter zodanig kiest dat het water achtereenvolgens van grof en fijn zwevend vuil wordt ontdaan, moet het enige lagen doorstromen waarin de filtermassa een enorm oppervlak voor bacteriŽle reiniging biedt. Voor deze grote filtermassa wordt doorgaans grof zand gebruikt. Een ander belangrijk aspect is het in beweging brengen en houden van het water, dat daardoor in intensief contact met de lucht wordt gebracht. Hierbij wordt een belangrijk deel van de overmaat opgelost koolzuurgas aan deze lucht afgegeven, terwijl nieuwe zuurstof in het water kan doordringen. Voor dit doel wordt veelal een zgn. luchtsteentje in het aquarium geplaatst. Deze bestaat uit een poreuze steen waardoorheen met behulp van een pomp lucht wordt geperst, die het aquariumwater in zodanige circulatie brengt dat al het water, dus ook dat uit de bodemlagen, regelmatig aan het oppervlak met lucht in aanraking kan komen.

  Een helder witte zandbodem is slechts in enkele gevallen aan te bevelen, aangezien een donkere bodemgrond (van bijv. uitgekookt en niet meer zwevend turfstrooisel) door de meeste vissen op prijs wordt gesteld. De vissen leven in de natuur ook meestal niet in wateren met heldere zandbodem; de bodem is daar steeds met natuurlijk afval bedekt en dus donker.

 

 


naar boven