De vereniging
Artikelen
Maandblad aquavo
voorzitter
secretaris
downloaden
archief
leden schrijven
Aquarium beginnen
Vissoorten
Planten
De vijver

            

                         

  Voorzitter Juni 2022

       En dit is alweer mijn laatste column voor de vakantie periode en dan gaan we weer verder in September. Waar waren we ook alweer gebleven, o ja, op het schiereiland Yucatan waar cichliden in grotten leven waar nauwelijks licht doordringt. Deze hebben grote ogen ontwikkeld en hebben hierdoor een meer dan voortreffelijk gezichtsveld. Ook in het Malawimeer komen cichliden voor die als uitgesproken holenvissen kunnen worden aangemerkt. Zeker overdag is bijvoorbeeld de Trematocranus jacobfreibergi uitsluitend in lichtarme rotsspleten te vinden. Evenals andere cichliden uit lichtarme biotopen hebben deze vissen grote zintuiggroeven aan de kop en bovenmatig grote ogen. Ook de Lamprologus furcifer uit het Taganjikameer heeft een soortgelijke leefwijze, ook deze is uitsluitend in holen te vinden en wel bij voorkeur vlak onder het dak met de buik naar boven zwemmend alsof hij het plafond afgraast. Hoewel cichliden zich in het algemeen dicht bij de bodem ophouden, leven er in de Oost-Afrikaanse meren enkele soorten die de binding met de bodem grotendeels of geheel hebben verloren. Die vissen volgen een (veel te moeilijk woord voor een eenvoudig voorzittertje) pelagische (nooit van gehoord) leefwijze hetgeen wil zeggen dat ze zich hoofdzakelijk of permanent in het vrije water ophouden. Bij de Cyprichromis leptosoma, een muilbroeder uit het Tanganjikameer gaat dit zover dat de eieren ver van de bodem in het vrije water worden afgezet. Sommige Zuid- Amerikaanse cichliden bijvoorbeeld de Cichlasoma bimaculatum beschikken over het buitengewone vermogen om zeer lang, vaak meer dan een halfuur, buiten het water in leven te blijven, mits niet in de zon en onder vochtige omstandigheden. Ze kunnen lucht opslaan in hun maag, die rijkelijk met bloedvaten is voorzien en als reserve kieuwen kunnen worden benut, door eenvoudig lucht in te slikken. Wat is de evolutie toch prachtig, het komt in het rivieren stelsel in de droge periode namelijk voor dat ze moeten overleven in bijna opgedroogde zuurstof arme poeltjes en dit vermogen stelt ze in staat niet allemaal massaal af te sterven. Een andere aanwijzing voor het grote aanpassingsvermogen van cichliden is de grote tolerantie van veel soorten ten aanzien van de in het water opgeloste hoeveelheid zouten. Dit stelt ze in staat om, indien de omstandigheden dit noodzakelijk maken, ook in de benedenloop van de rivieren in brakwater omstandigheden te overleven. Tot deze groep van cichliden behoren in Midden-Amerika een aantal Cichlasoma soorten, en in West-Afrika de Tilapia’s, en op Madagaskar leden van de genera Paratroplus en Ptychochromis. In AziŽ zijn zelfs twee Etroplus soorten die ook in zeewater voorkomen, waarbij de E. suratensis zich zelfs in zeewater kan voortplanten. Bijzonder ongevoelig voor hoge zoutconcentraties is ook de Oreochromis alcalicum een soort die met een paar ondersoorten voorkomt in het in Tanzania gelegen Natronmeer en in het in Kenia gelegen Magadimeer. Beide meren worden door hun hoge gehalte aan natriumcarbonaat onder de z.g. sodameren gerangschikt. De zoutconcentraties in deze meren kunnen een vergelijkbare waarde behalen als zeewater. En dan is er nog een andere kwestie die de robuustheid van sommige cichliden aantoont. In het Magadimeer zijn n.l. hete sodabronnen waardoor de temperatuur op sommige plaatsen kan oplopen tot bijna 50 graden. Weliswaar vermijden de vissen de hoogste temperaturen, maar toch, ze zijn wel aangetroffen op plaatsen waar het water een waarde van 40 graden had. Zo, ik vind het wel weer mooi, rest mij jullie allen een heel geweldige zomer toe te wensen          

  groet: Willem uit den Bosch